INLEGZOLEN

Voeten kunnen gezien worden als de fundamenten van het lichaam, mocht er iets niet goed gaan in de voeten dan is de kans aanwezig, dat of in de voeten of elders in het lichaam er klachten ontstaan. De vorm en de stand van de voeten bepalen voor een deel de spierspanning in het lichaam, de stand van het bekken en de houding van het lichaam.

Klachten waar u aan kunt denken zijn voet-, enkel-, onderbeen-, bovenbeen-, lies-, heup-, rug-, schouder-, nek- en hoofdpijnklachten. Eén van de mogelijkheden om verandering te brengen in het klachtenpatroon, is het laten aanmeten van inlegzolen. Door jarenlange ervaring kunt u van ons een deskundig advies verwachten omtrent de indicatie voor inlegzolen.

Onze adviezen zullen zo objectief mogelijk zijn. Wij vinden het belangrijker dat u goed geïnformeerd bent, zodat u mede kunt bepalen wat de beste oplossing voor uw situatie zal zijn. Indien wij u inlegzolen aanpraten en u heeft géén idee wat eigenlijk de indicatie is voor het aanmeten van de inlays, schieten we uw doel voorbij. Voor een vakman is het niet zo'n grote toer een 'leek' iets aan te praten. Helaas kom je deze werkwijze maar al te vaak tegen in onze branche! Bovendien zullen wij u van benodigde schoenadviezen voorzien.

De zolen, die u aangemeten krijgt, worden alle op maat gemaakt. Eerst zal op de podoscoop beoordeeld worden wat er aan de voet of aan de voetstand mankeert.

Deze informatie zal meegenomen worden in de verdere behandeling. Bovendien zal er gekeken worden naar de aanwezigheid van een bekkenscheefstand en of er een relatie bestaat met de voetstand. De ervaring heeft geleerd, dat in verreweg de meeste gevallen bekkenscheefstand te maken heeft met verschil in stand en/of in vorm van de linker en rechter voet.

Dan wordt een negatief gipsmodel gemaakt van uw gecorrigeerde voetvorm. Dit gebeurd onbelast, omdat u dan niet met uw volle gewicht op uw voeten staat en u, als u zit, een veel betere voetvorm heeft als dat u staat.

Alleen het onbelast maken van een afdruk heeft al een corrigerende effect.

inlegzolen
Inlegzool blauw
Inlegzool rood

Tijdens het maken van de gipsafdruk zullen wij uw voeten in de juiste stand en vorm manipuleren om een optimaal model te verkrijgen. Wanneer we een goede voetafdruk hebben, hoeft er tijdens het productieproces niet veel meer "gestuurd" te worden in het uiteindelijke model van de steunzool.

Juist deze methode bepaalt het resultaat.

Voorts zal gekeken worden naar het doel, waarvoor en door welke persoon de zolen gedragen zullen worden. Dit wordt mede bepaald door de hardheid of de zachtheid van de inlays. Harde zolen zullen meer steun aan de voeten geven, terwijl zachte zolen veelal comfortabeler aan zullen voelen.

U mag van ons aannemen, dat wij door de jarenlange ervaring een "fingerspitzengefühl" hebben ontwikkeld, waardoor wij beter aanvoelen wat de beste oplossing zal zijn voor de desbetreffende voet en/of persoon. De individuele voet laat zich nu één keer niet in regels vangen en vraagt daarom om een individuele behandeling.

De één heeft nu eenmaal meer behoefte aan steun, als de ander; en de ander heeft soms meer behoefte aan geriefelijkheid, als de één! Een groot, zwaar persoon, die veel op werkschoenen loopt, zal heel andere zolen nodig hebben, als een ouder iemand met pijnlijke, gevoelige voeten. Iemand, die veel sport heeft weer behoefte aan andere inlays, als bijvoorbeeld een kind, dat veelal andere correcties behoeft.

Zo is er voor elk type voet en elke persoon een individuele inlegzool!

Er bestaat de mogelijkheid om te kiezen in de kleur van de inlegzolen en het bedekken van de zolen met een leerdek.

PODOPOSTURALE THERAPIE

Podoposturale therapie is een houdingscorrigerende therapie. De therapie berust op het verschijnsel dat elke standafwijking van de voeten een houdingsafwijking hoger in het lichaam met zich mee brengt. Omgekeerd heeft elke houdingsafwijking een verandering van de voetstand tot gevolg. Deze stand- en houdingsafwijkingen kunnen verschillende klachten tot gevolg hebben, waaronder voet, knie, heup, rug en nekklachten. Door middel van het aanmeten van therapiezolen wordt getracht de balans in het lichaam te herstellen.

Klachten die o.a. behandeld kunnen worden met therapiezolen:

  • Voetklachten
  • Hielpijnen
  • Enkel-, knie-, heup- en rugklachten
  • Bekkenscheefstand



voeten

Het podoposturaal onderzoek

Het podoposturaal onderzoek bestaat uit:



De podoposturale behandeling

spiegelgroot Op de voetspiegel staand, brengt de podoposturaal therapeut dunne kurkelementen op specifieke plaatsen onder de voeten aan. Deze kurkelementen hebben een vrijwel onmiddellijke inwerking op de voet- en houdingsspieren waardoor de lichaamshouding verandert. Om dit effect blijvend te maken worden deze aanpassingen in een zooltje aangebracht. Deze therapiezolen worden vervaardigt aan de hand van de blauwdrukken die van de voeten gemaakt zijn. Hoewel het lichaam snel reageert op deze verandering heeft het evenwel tijd nodig om zich aan te passen.

De podoposturaal therapeut werkt dan ook met een opbouwsysteem. Na twee maanden de zolen gedragen te hebben volgt een controle onderzoek met eventueel een nieuwe of andere aanpassing. In principe hebben de zolen een tijdelijk karakter; als de gestimuleerdespiergroepen zich hebben hersteld, de houding verbetert en u klachtenvrij bent kunnen de zolen - in overleg met de therapeut - weer worden weggelaten.

Deze inlegzolen zijn geen steunzolen maar zolen met een proprioreceptieve werking. De elementen in de zolen geven prikkels in de weefsels van het motorische apparaat. Deze prikkels zorgen ervoor dat het lichaam de houding en eventueel de spierspanning aanpast.

EFFECT VAN INLEGZOLEN

Aangetoond is dat het dragen van de inlegzolen een positief effect heeft bij meer dan 90% van de gebruikers.

In de meeste gevallen kunt u van de inlays de volgende effecten verwachten:
inlegzoolrood



Dit alles bij elkaar zorgt voor een betere "grounding"!

WEETJES OVER VOETEN

KOSTEN

Kosten

inlegzool groenBij de meeste ziektekostenverzekeringen vallen de declaraties van de inlegzolen in het aanvullende pakket. De vergoeding is per verzekering en per pakket verschillend. De vergoedingen kunt u vinden in de toelichting van uw verzekeringspolis.

De declaratie is de verantwoordelijkheid van de klant zelf en u het is de bedoeling dat de zolen bij ons worden betaald, waarna u deze zelf declareert bij de ziektekostenverzekering.

LEDEN VAN STICHTING LOOP HEBBEN GEEN INDIVIDUEEL CONTRACT MET DE ZORGVERZEKERAARS, MAAR WORDEN ALS TOTALE GROEP ERKEND. HELAAS GEVEN DE CALLCENTRA SOMS ANDERE INFORMATIE, dat is dus NIET correct.

PedisCare is geregistreerd als zorgverlener onder AGB-code 96000129, 96000131 en 90027575 en is lid van de beroepsgroep Stichting LOOP.

Tarieven

Kosten inlegzolen:



Vergoeding

Wilt u weten of uw behandeling vergoed wordt, bekijk dat dan via onderstaande link.


Klik hier om uw vergoeding te bekijken.


Aanbevolen links:

Contact

Zuidzijde 26, 9515 PJ Gasselternijveenschemond

0599 613301

info@pediscare.nl

FAQ


Antwoord: dat kan normaal zijn. De voet krijgt prikkels ofwel druk die ze niet zijn gewend. In het begin kunnen de inlays onnatuurlijk aanvoelen. Het advies is de zolen zolang te dragen als mogelijk is maar vooral niet te forceren. Bij veel klachten de zolen even uitdoen, maar ook zo snel mogelijk weer gaan dragen. Men moet er toch aan wennen, het knopje moet gewoon om! Het kan voorkomen dat u spierpijn in de benen / billen krijgt en lichte rugklachten kan tot de gewenning behoren.




Antwoord: bij het ophalen van de zolen zijn ze pas gemaakt op een bepaalt type schoen. Leestbreedte en hakhoogte kan een andere leestvorm geven en zolen zijn dan niet altijd goed uitwisselbaar. Als een zool niet goed in de schoen ligt, zal de druk van de steun eveneens niet goed zijn. Er zijn drie mogelijkheden:

• De zolen pas laten maken voor de andere leest
• Een extra paar zolen bestellen voor de andere leestvorm
• Of de zolen niet in dergelijke schoenen dragen.

Er zijn speciale sandalen in de handel voor losse steunzolen, maar daarbij hebben de zolen vaak een andere afwerking nodig. Proprioreceptieve zolen passen in de meeste schoenen, maar het is verstandig niet te zachte schoenen te leggen -> daarmee verminderd het effect.




Antwoord: De inlegzolen volgens gipsmodel kunt u nabestellen met de gipsmodellen, die u bij het laatste bezoek heeft meegekregen. U hoeft dan alleen de mallen in te leveren. Proprioreceptieve zolen zullen opnieuw aangemeten dienen te worden. Deze kunt u natuurlijk wel per twee paar bestellen.




Antwoord: Over het algemeen is daar moeilijk een goed antwoord op te geven. Onze ervaring leert dat het niet om merken gaat, maar meer om welke schoentype. Het zal logisch zijn dat een veterschoen veelal een betere voorziening is voor inlays als bijvoorbeeld een schoen met een hoge hak. Maar het gaat ook om de kracht die in de schoen aanwezig is -> elk merk maakt goede en minder goede schoenen. Deze vraag kunt u het beste neerleggen bij de betere schoenenhandelaar.




Antwoord: Doordat de voet in onbelaste stand is gegipst zakt deze niet meer door bij het staan en zullen de voeten in theorie zich als het ware enigszins terugtrekken. Vaak woordt zelfs gezegd dat er meer ruimte in de schoen ontstaat. Ter hoogte van de wreef zal de schoen veelal wel wat voller aanvoelen. Kortom de meeste mensen kunnen hun eigen maat handhaven.




Antwoord: U kunt de zolen onder de kraan reinigen met of zonder zeep, met of zonder borstel. De zolen nadien laten luchten en vooral niet op de verwarming leggen te drogen.




Antwoord: Normaal gesproken gaan de zolen ongeveer twee tot drie jaar mee. Veelal zal de zool wat gaan inzakken en wordt het materiaal slapper. Het minder worden kan klachten geven, echter dat hoeft niet. U kunt zooltjes controleren door ze tegen het gipsmodel, indien deze verstrekt zijn, aan te houden en kijken of ze nog goed aansluiten aan het model. Komt er teveel ruimte tussen is het raadzaam de zolen te vervangen. Bij proprioreceptieve zolen zijn de zooltjes na twee jaar meestal versleten en hebben weinig effect meer -> wellicht kunt u proberen deze zolen achterwege te laten.




Antwoord: de eerste drie tot vier weken dient te zien als gewenningsperiode. U zult aan het gevoel moeten wennen en het lichaam heeft tijd nodig zich op de nieuwe situatie in te stellen. Heeft u na drie tot vier weken het gevoel te weinig resultaat te behalen en er is geen stijgende lijn in de ontwikkeling is het advies om contact te nemen, zodat we e.e.a. kunnen bijstellen.


BEGRIPPENLIJST A T/M Z

Hieronder vindt u een lijst met begrippen, aandoeningen en klachten.

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z



A



Achillespees, tendo calcaneus, is de pees in het verlengde van de kuitspieren, de m. gastrocnemius en de m. soleus, en hecht aan achter in het hielbeen. De kuitspieren zijn belangrijke voetspieren en zijn belangrijk bij het staan en het lopen.




Aangezien men maar op twee benen loopt, hebben wij verhoudingsgewijs een erg klein draagvlak om het gewicht te dragen. Hebben we last van overgewicht dan kunt u zich voorstellen, dat verhoudingsgewijs deze kleine ‘draagvlakjes’ het steeds moeilijker krijgen bij toename van gewicht.

Het is tevens mogelijk als de omvang van de bovenbenen derhalve fors is, er te weinig ruimte bij de bovenbenen ontstaat, hetgeen tot gevolg heeft dat de benen naar buiten gaan draaien om zo toch ruimte te creëren -> dit fenomeen maakt dat de voeten eveneens naar buiten gaan staan. Vaak is dat goed terug te zien in de stand van de schoenen en de slijtage van de schoenen.




Betreft degeneratie van en of meer gewrichten, gekenmerkt door vormverandering van het gewrichtsbot, abnormale botwoekering, atrofie van slijmvlies en gewrichtskraakbeen. Het gewricht kan uitsteeksels vormen (osteofyten) , dikker worden en misvormd raken. Hierdoor worden bewegingen pijnlijk en men krijgt de neiging om het gewricht steeds minder te gaan bewegen. Dit veroorzaakt stijfheid en slapper wordende spieren.

Het treft vaak oudere mensen maar het kan op elke leeftijd ontstaan. Het kan in alle gewrichten voorkomen maar dikwijls zijn het de heupen, de knieën en de rug die door arthrose als eerste worden aangetast. Door fysiotherapie en/ofhet gebruik van medicijnen kan het proces worden geremd, maar de ‘slijtage’ zal blijvend zijn. Bij ernstige artrose kunnen, bij sommige gewrichten, kunstgewrichten geplaatst zodat veelal de pijn zal afnemen en de mobiliteit verbeteren.

Van alle reumatische aandoeningen komt artrose het meeste voor en het vaakst bij vrouwen. Bij artrose raakt het kraakbeen om wat voor reden dan ook 'onherstelbaar' beschadigd en kan op den duur uit het gewricht verdwijnen. Door de afname van het kraakbeen neemt de belasting op de botten toe waardoor pijn ontstaat.

De diagnose artrose zal door een arts worden gesteld op basis van onderzoek en door middel van röntgenfoto’s.




Deze aandoening ontstaat tussen 7 en 12 jarige leeftijd, meer bij jongens als bij meisjes. De ervaring leert dat de meeste kinderen met deze aandoening intensief sporten en vaakjuist bij voetballen. Kinderen geven klachten aan aan de hielen, soms tot huilens toe. Vaak is de pijn te relateren aan de belasting zoals bijvoorbeeld sporten. In verreweg de meeste gevallen zijn deze klachten goed te begeleiden met steunzolen eventueel aangevuld met zachte hielstukken.





B



Een beenlengteverschil ontstaat door verschil in botlengte van of het dijbeen of het scheenbeen. Enig beenlengteverschil wordt vaak waar genomen en behoeft geen problemen te veroorzaken, echter kunnen vroeger of later wel problemen veroorzaken.

Veelal wordt er bij een verschil van 1 à 2 cm niet ingegrepen. Om een beenlengteverschil op te heffen of te verminderen kan eenzijdig een verhoging in of onder de schoen worden geplaatst.

Naast een beenlengteverschil bestaat eveneens het begrip bekkenscheefstand. Deze kan het gevolg zijn van een beenlengteverschil, maar kan ook andere oorzaken hebben. Een van deze andere oorzaken kan het verschil zijn in voeten. Wat men vaak tegenkomt, is het verschil in voetstand of het verschil in doorzakken van de ene voet vergeleken met het doorzakken van de andere voet. Dit verschil zou dan te reduceren zijn met het dragen van adequate inlegzolen.




Het merendeel van de mensheid heeft enige bekkenscheefstand. Dit moet als normaal worden benoemd. Hier kunnen vele oorzaken voor aangegeven worden.

- beenlengteverschil
- SI-problemen
- heupafwijkingen
- knieafwijkingen
- enkelafwijkingen
- verschil in voetstand
- bekkenverwringingen
- spanningsverschillen in spiergroepen [deze wordt o.a. vaak waargenomen bij een scoliose]
- familiaire en/of aangeboren afwijkingen.




Blaren zijn kleine verwondingen als gevolg van externe invloeden. Een blaar is een holte in of onder de opperhuid die gevuld is met vocht. Meestal is de reden overmatige druk en/of wrijving, of druk / wrijving die ongewoon is bijv. bij het drgen van nieuwe schoenen.




Wat is botontkalking of osteoporose?
Als mensen ouder worden, worden hun botten brozer. Dat is normaal. Als de botten erg breekbaar worden is er sprake van botontkalking of osteoporose.

Botweefsel vernieuwt zich het hele leven door: nieuw botweefsel vervangt oud botweefsel. Op oudere leeftijd is de botafbraak echter groter dan de aanmaak. Osteoporose ontstaat als teveel oud botweefsel afbreekt of er te weinig nieuw aangroeit. Voldoende lichaamsbeweging en goede voeding zijn voorwaarden voor voldoende botgroei. Overmatig alcoholgebruik en roken zorgen voor meer botafbraak. Na de overgang wordt bij vrouwen sneller bot afgebroken. Oudere vrouwen hebben hierdoor meer kans op osteoporose dan mannen. Ook bepaalde ziekten (bijvoorbeeld van de schildklier) en het gebruik van sommige medicijnen (corticosteroïden) kunnen osteoporose veroorzaken.

Hoe kunt u botontkalking herkennen?
Osteoporose of botontkalking geeft op zich geen klachten. Wel heeft u een grotere kans op botbreuken (vooral van pols en heup). Ook kan een ruggenwervel inzakken of breken, waardoor u kleiner of krommer wordt. Dit kan soms rugpijn geven.

Wat kunt u zelf doen aan botontkalking of osteoporose?
• Zorg voor een gezonde voeding met ongeveer vier porties zuivel per dag. Zuivelproducten bevatten kalk en vitamine D. Ook sojamelk en groenten bevatten kalk. Als u regelmatig bij daglicht buiten komt, maakt uw lichaam zelf voldoende vitamine D aan.
• Zorg voor voldoende beweging, bijvoorbeeld elke dag een half uur wandelen of fietsen.
• Probeer te stoppen met roken en drink niet meer dan twee glazen alcohol per dag.
• Probeer vallen te voorkomen door bijvoorbeeld een goede bril te dragen, en losliggende matjes in huis te verwijderen.




Branderige voeten is een vaak gehoorde voetklacht. Deze kan voorkomen door enerzijds het doorzakken van de voet en anderzijds als gevolg van plaatselijk hebben van teveel of verkeerde druk onder de voet.




Door het naar buitenstaan van de grote teen ontstaat een knobbel in het basisgewricht aan de mediale zijde. Deze knok kan ontstoken raken en er kan zich een bursa vormen. Meestal is het verstandig voldoende ruimte in de schoen te hebben, zodat geen druk door kan ontstaan op de knobbel. Er bestaat nog de Tailor’s bunion: deze bevindt zich aan de buitenzijde van de voet ter hoogte van het basisgewricht van de kleine teen.





C



Aandoeningaan het kraakbeen aan de achterzijde van de knieschijf (patella).




Het logesyndroom wordt vooral gezien bij sporters en behelst een aandoening die ontstaat als omhullende vlies van een spier te weinig ruimte biedt voor de spier. Bij het aanspannen van de spier wordt deze korter en vooral dikker; bij mensen die veel sporten kan de spier de volume van het vlies overstijgen en kan klachten geven. Wij komen dit syndroom met name tegen in de voorste scheenbeenspier, de musculus tibialis anterior.





D



Mensen met diabetes dienen meer aandacht voor hun voeten hebben. Echte diabetes-voeten, voor zover deze bestaan, doen zich meestal voor in een later stadium van de ziekte. De doorbloeding kan verminderen, het gevoel kan afnemen en men kan gevoeliger worden voor diverse schimmels. Door deze oorzaken kan het zijn dat wonden e.d. minder goed genezen of dat men niet merkt dat men een wond heeft aan de voet. Bij zo’n persoon is het geboden de voeten regelmatig te controleren of te laten controleren. Er zijn pedicures met een diabetische aantekening, zodat een deskundige verzorging-, behandeling van de voeten kan plaatsvinden.




De term doorgezakte voeten is een moeilijke term. Men kan er van uitgaan dat elke voet enigszins doorzakt. Het licht doorzakken voeten geeft enige flexibiliteit en aanpassingsvermogen om zich aan de situatie = prikkeling aan te passen. Een vlakke voetboog, of lees platvoet, kan in aanleg aanwezig zijn. Ons inziens is er dan geen sprake van een doorgezakte voet, maar een voet met minder gewelven in de voetconstructie. Er zijn rassen, waarbij platvoeten een bekend kenmerk is, ook dan is geen sprake van doorgezakte voeten. Daarnaast kan een holle voet een doorgezakte betreffen, omdat deze in aanleg holler had dienen te zijn. In aanleg heeft men een platvoet, een ‘normaal’ voettype of een holle voet.




Doorgezakte voorvoeten is eveneens een lastige term, omdat het juist functioneel is om door te zakken. In de structuren voelen de voeten meestal veel soepeler aan. Juist deze souplesse geeft de voorvoet het vermogen klappen op te vangen en flexibel naar balans te zoeken. Er zijn echter voeten, waarbij geen sprake is van een zogenaamd dwarsgewelf. Deze voeten kunnen klachten krijgen, omdat deze niet kunnen inzakken en dus een slechter aanpassingsvermogen bezitten.





E



Eeltvorming is het proces waarbij plaatselijk meer huidvorming plaatsvind en is een normaal proces met de functie om bescherming te bieden op plaatsen waar meer druk / wrijving ontstaat. Bij overmatige eeltvorming is de balans tussen afslijten van eelt en het opnieuw aanmaken van huid niet optimaal. Het gevolg is dat eelt steeds dikker en harder wordt. Het is mogelijk, als dit proces zich voortzet, ter plekke een likdoorn, eksteroog of clavus ontstaat. Steunzolen kunnen voor een betere drukverdeling zorgen en de pedicure kan overmatige eeltvorming verwijderen.




Bij etalagebenen is er sprake van een verslechterde bloeddoorstroming van het bloed door de slagaderen. Dit geeft een verminderde toevoer van bloed in het been. Veelal geeft claudicatio intermittens pijn in de kuiten, welke afneemt bij enige tijd stil staan [voor een etalage bijvoorbeeld]. Een goede remedi is vooral te blijven lopen om de doorstroming toch te blijven stimuleren -> het is bekend dat dit pijnlijk kan zijn.





F



Het kuitbeen is het slankere en daardoor meer elastische bot in het onderbeen, die loopt vanaf de boven/buitenzijde van het scheenbeen naar beneden en aan de uiteinde de buitenenkel vormt. Scheenbeen en kuitbeen vormen als het ware een vork, welke o.a. voor de stabiliteit van de enkel zorgt. Kuitbeen en scheenbeen zijn onderling o.a. met elkaar verbonden door een membraam, zodat de enkelvork niet kan wijken.




Een frictiesyndroom komt veel voor bij sporters en bij mensen met een bekkenscheefstand. Aan de buitenzijde van het bovenbeen bevindt zich een peesblad welke loopt vanaf een korte spier, de musculus tensor fasiae latae, aan de bekkenrand, langs de buitenzijde van het bovenbeen en van de knie naar de buitenkant van het scheenbeen. Bij het frictiesyndroom vindt er overmatig contact plaats van het peesblad = fascie op de buitenknobbel van het kniegewricht, hetgeen irritaties aan de fascie kan veroorzaken. Bij sporters is door o.a. het verstrekken van inlegzolen de spanning te verlagen in de keten waar de tractus zich in bevindt. Bij een bekkenscheefstand kan een vermindering van de asymmetrie wellicht verbetering brengen.





H



Bursisis retrocalcanea is een ontsteking bij de aanhechting van de achillespees , aan de achterzijde van het hielbeen. Hier kan een ontsteking ontstaan hetgeen verdikking geeft op de achterzijde van het hielbeen. Op de duur kan botuitwas ter plekke ontstaan, wat problemen in de schoen kan veroorzaken. Het verschijnsel wordt ook wel schaatsknobbel genoemd.




Een hakverhoging dient om het verschil in beenlengte te compenseren. Normaliter dient de helft van de verhoging tevens geplaatst worden onder de voorvoet. In onze praktijk houden we ons daar niet altijd aan, omdat we zoveel als mogelijk proberen de verhoging intern, in de schoen, te plaatsen. Door deze intern te plaatsen is een gelegenheid om het te testen veel eenvoudiger en praktischer. Meestal ligt de grens bij het intern plaatsen van de verhoging rond de 1 á 1,5 cm.




Hier gaat het om een standafwijking van de grote teen (= hallux). Deze afwijking wordt bij vrouwen vaker waargenomen. De reden, dat de teen een andere stand krijgt, ligt in de standafwijking van het eerste middenvoetsbeentje en laat zich vaak zien bij ‘doorgezakte’ voeten. Deze richt zich naar mediaal met als gevolg dat de pezen wat kort worden en deze de grote teen naar buiten (= lateraal) brengt. Soms is er aangroei op de knobbel van de hallux, maar vaak is dat niet het geval. De standafwijking van de grote teen op zich kan al een knok veroorzaken. Indien het proces in een verder stadium komt, kan nogal eens een hamerstand van teen 2 worden waargenomen. Indien men dit noodzakelijk acht, kunnen we met ondersteuning in de holte van de voet [lees ondersteuning van het 1e middenvoetsbeentje] trachten verlichting te brengen en trachten de verdere achteruitgang te vertragen. Tevens zijn er nachtspalken, welke ’s nachts gedragen kunnen worden met als doel de hallux een rechtere stand te laten aannemen. Deze dienen consequent gebruikt te worden en het kan wel een half tot negen maanden duren voordat resultaat wordt behaald. Deze zijn bij ons verkrijgbaar.




Bij een hamerteen vindt er staat het 1e teenkootje omhoog gericht en het 2e kootje rechthoekig naar de grond gericht. Dit is vaak een familiaire eigenschap, of kan een gevolg zijn van een verkorting van de tenenstrekkende spier of het doorzakken van de voet zodat de tenenbuigende spier als het ware wordt verlengd. Door ondersteuning in de holte van de voet te creëren ziet men soms dat de teen zich weer strekt. Een lichtere vorm van hamertenen zijn tenen met een klauwstand.




Deze klacht komt meestal bij mensen voor boven de 30 jarige leeftijd. Bij het merendeel van de gevallen wordt een verhoogde spanning op de peesplaat waargenomen onder de voet. Deze spanning zorgt ervoor dat de aanhechting van de peesplaat overbelast raakt en een ontsteking kan gaan vormen. Indien deze ontsteking voortduurt, kan een verkalking ontstaan in de overgang van het hielbeen naar het peesblad. Deze verkalking vormt de hielspoor en kan erg pijnlijk zijn. Het komt nogal eens voor dat midden onder de hiel ook nog een bursitis ontstaat, ook dit kan erg gevoelig zijn. Ochtendstijfheid en startproblemen zijn typische symptomen.




Een holvoet wordt gekenmerkt door een hoge wreef, tenen met de neiging tot klauwstand. Op de podobaroscoop en ook een blauwdruk is een gescheiden afdruk van de hiel en de voorvoet waarneembaar. Over het algemeen betreft het een stugge, stijve voet met een klein draagvlak. Tevens ziet men vaak bij deze mensen van nature een hogere basisspanning in de spieren met vaak een starre houding. Ondersteuning van de voet wordt nogal eens als prettig ervaren, kan beperkt ontspanning bieden en zal een betere drukverdeling tot gevolg hebben.




Verhoogde zweetafscheiding, bij voeten kan dit gepaard gaan met een penetrante lucht. We hebben hier PEDICARE zalf tegen -> over het algemeen wordt deze zalf positief gewaardeerd door klanten.




Bovenmatige bewegingsmogelijkheid in gewrichten; verhoogd bewegingstraject van gewrichten. Omdat voeten grote inspanning moeten leveren of veel gewicht moeten dragen is het van belang om geen overmatige bewegingsmogelijkheden in de vele voetgewrichten te hebben. Bij hypermobiliteit zal een deel van gewenste krachten moeten worden gecompenseerd met spierkracht.





I



De nagel kan door huid heen in het onderliggende weefsel groeien. Dit kan erg pijnlijk zijn. Veelal kan de pedicure deze kwaal goed behandelen en op langere termijn zo begeleiden dat dit overgaat. Het komt nogal eens voor dat een ingegroeide nagel het gevolg is van verkeerd knippen van de nagel. Bij het knippen van de teennagels mogen de hoekjes niet verwijdert worden.





J



Jicht is een stofwisselingsziekte gepaard gaand met een gewrichtsontsteking als het gevolg van een verhoogd gehalte aan urinezuur. Jicht betreft een acute, heftige ontsteking van een gewricht. Kenmerkend is dat de ontsteking vaak in het basisgewricht van de grote teen plaatsvindt.




Een blessure bij vooral atleten die bestaat bij een overbelasting van de aanhechting van de kniepees aan de onderpunt van de knieschijf ofwel de apexitis patellae, waarna de pees aan het onderbeen aanhecht. Ook de aanhechting van de pees aan de bovenzijde van de knieschijf kan zijn aangedaan.





K



Keratose = eeltvorming is het proces waarbij plaatselijk meer huidvorming plaatsvind en is een normaal proces met de functie om bescherming te bieden op plaatsen waar meer druk / wrijving ontstaat. Bij overmatige eeltvorming (hyperkeratose) is de balans tussen afslijten van eelt en het opnieuw aanmaken van huid niet optimaal. Het gevolg is dat eelt steeds dikker en harder wordt. Het is mogelijk, als dit proces zich voortzet, ter plekke een likdoorn, eksteroog of clavus ontstaat. Steunzolen kunnen voor een betere drukverdeling zorgen en de pedicure kan overmatige eeltvorming verwijderen.




Klauwtenen zijn tenen, die een gebogen stand hebben. Normaliter is de beweeglijkheid van de tenen nog goed. In een later stadium kunnen klauwtenen hamertenen worden, maar is niet altijd het geval.




De term is een afgeleide van het Engelse ‘clubfoot’. Het been en voet heeft een verdraaide stand en heeft een vergelijking met een golfclub. De klompvoet is een aangeboren afwijking die bij één op de 800 pasgeborenen voorkomt. Tweemaal zoveel jongens als meisjes hebben klompvoetjes. Klompvoetjes zijn er in gradaties. De klompvoet, horrelvoet, pes equinovarus geeft veel druk over de buitenrand van de voet, terwijl de binnenrand opgetrokken is. Het komt voor dat de voet een spitsstand aanneemt, dat wil zeggen dat de hak niet of moeilijk aan de grond is te zetten. voor meer informatie: www.klompvoet.nl.




Bij een curly toe kruist de ene teen onder de andere teen. Bij klachten, zoals blaren, roodheid en pijn, kan de flexorpees operatief gekliefd worden.





L



Een likdoorn is een opeenstapeling van opperhuid met een verharde kern. Doordat bij het lopen steeds druk wordt ontwikkelt, wordt de kern naar binnen gedrukt. Een likdoorn kan op een zenuw drukken of tegen het botvlies komen, hetgeen erg pijunlijk kan zijn. De pedicure kan een likdoorn, meestal pijnvrij, verwijderen in een of meerdere behandelingen. Om tot een betere drukverdeling te komen kunnen inlegzolen worden gebruikt.




Spit, lendenpijn ofwel lage rugpijnen.





M



De metatarsale is het middenvoetsbeentje – het pijnbeentje dat verbinding maakt tussen de voetwortel en de tenen. Aan het uiteinde van de metatarse vormt zich een verdikking = het kopje, welke het contact met de ondergrond maakt en de basis van het gewricht met de teen vormt.




Onder metatarsalgie wordt verstaan de pijn, welke wordt ervaren ter hoogte van de kopjes van de middenvoetsbeentjes = metatarsalia.


Morton’s Neuralgie, Morton’s neurinoom

Betreft één of meer zenuwbeknellingen in de voorvoet. Het vaakst wordt deze aangetroffen tussen middenvoetsbeentje, metatarsale, drie en vier, en nooit tussen één en twee. De klacht kan een doof gevoel in de tenen veroorzaken en scherpe pijn tussen de uiteinden van de middenvoetsbeentjes. Schoenen kúnnen een oorzaak zijn van de klachten, maar de klachten kunnen ook spontaan ontstaan. Met inlegzolen kan getracht worden ruimte te creëren tussen de middenvoetsbeentjes.




Spieren zijn de contractiele = samentrekbare organen die zich, door zenuwen geprikkeld samentrekken en zich daarna weer ontspannen om lichaamsbewegingen teweeg te brengen. Myalgie of spierpijn.





O



Aangezien een mens op twee benen loopt, hebben wij verhoudingsgewijs een erg klein draagvlak om ons gewicht te dragen. Hebben we last van overgewicht dan kunt u zich voorstellen, dat verhoudingsgewijs deze kleine ‘draagvlakjes’ het steeds moeilijker krijgen bij toename van het gewicht. Het is tevens mogelijk als de omvang van de bovenbenen derhalve fors is toegenomen, er te weinig ruimte bij de bovenbenen ontstaat, hetgeen tot gevolg heeft dat de benen naar buiten moeten draaien om zo toch ruimte te creëren -> dit fenomeen maakt dat de voeten eveneens naar buiten gaan staan. Vaak is dat goed terug te zien in de stand van de schoenen en de slijtage van de schoenen aan de buitenzijde.




Osteoporose is een achteruitgang in de dichtheid van het botweefsel. Dit kan plaatselijk of algemeen in het lichaam voorkomen. Net als ander weefsel wordt botweefsel gedurende ons leven vervangen door nieuw botweefsel. Bij osteoporose wordt minder botweefsel teruggeplaatst als dat is ‘weggenomen’. Het verschijnsel is een natuurlijk proces, daarbij dient opgemerkt te worden dat vrouwen procentueel meer osteoporose hebben dan mannen. Osteoporose kan het gevolg zijn van hormonale factoren, stoornissen in de eiwitstofwisseling, diabetes, reumatoíde artritis en te weinig beweging.




Ofwel digitus V superductus is een bijzondere teenafwijking, hierbij ligt het kleine teentje over de vierde teen en kan zo klachten geven in schoenen. De aandoening komt meestal tweezijdig voor en herstelt zich niet spontaan. Bij problemen kan dit operatief worden gecorrigeerd.





P



Bij een platvoet is boog aan de binnenzijde van de voet niet of gering aanwezig, het kan zijn dat men dan met de binnenkant van de voet op de grond loopt. Meestal is dit het gevolg van in aanleg aanwezig zijn van platvoeten, mogelijk a.g.v. familiaire aanleg. Bij de aanwezigheid van platvoeten moet een grotere (spier)inspanning geleverd worden om te kunnen functioneren [= lopen / staan] als bij iemand met een goede voetconstructie.




Onder propriocepsis wordt verstaan: het ontvangen van prikkels uit receptoren = ontvangers die liggen in de weefsels (zoals spieren, pezen, gewrichten en banden) van het motorische apparaat. Aldus reguleert het bewegingsapparaat mede de lichaamshouding.





R



Reuma is een verzamelnaam voor acute of chronische ontstekingsachtige aandoeningen van het bewegingsapparaat en de omliggende steunweefsels. Reuma wordt gekenmerkt door zwelling, pijn en functiestoornissen. Reuma behoort tot de auto-immuunziekten. Bij reumatoїde artritis betreft het de reumatische aandoening van de gewrichten. Zie artrose.





S



Scoliose is een zijwaartse verkromming van de wervelkolom hetzij C-vormig, hetzij S-vormig. Er zijn meerdere oorzaken en vormen bekend van scoliose’s. De statische scoliose veroorzaakt door scheve stand van het bekken of door ongelijke belasting van beide lichaamshelften. Zie bekkenscheefstand.




Bij shinsplints is er sprake van overbelasting van de aanhechting van de oorsprong = origo aan de achterzijde van het scheenbeen = tibiavan de achterste scheenbeenspier. Er treedt irritatie ofwel ontsteking op ter hoogte van de aanhechting aan het bot. Deze aanhechting vindt plaats over de volle lengte van het scheenbeen aan de mediale achterzijde, waarbij meestal het onderste deel is aangedaan. Vanuit de spier loopt zijn pees achter de binnenenkel naar de voetwortelbeentjes aan de mediale zijde van de voet. Het is één van de belangrijke voetspieren die veel sturing aan het looppatroon geeft en zorgt voor de balans bij het staan. Shin splints wordt vaak gezien bij hardlopers en wonderlijk genoeg bij oudere dames. Factoren welke een bijdrage kunnen leveren bij deze blessure zijn: overbelasting door grotere afstand of tempotoename, harde ondergrond waarop wordt gelopen, inadequaat schoeisel en mogelijk insufficiënte voetstand. Het wordt normaal beschouwd als de voet een pronatie-patroon heeft van ongeveer 7˚. Dat houdt in, dat de voorvoet ten opzichte van de hiel = calcaneus naar buiten gaat en ter hoogte van het scheepvormigbeen = het os naviculare t.h.v. de voetwortel naar binnen beweegt. Juist dat moment in de loopfase wordt de desbetreffende spier aangesproken. Bij overpronatie kan de musculus tibialis posterior makkelijker overbelast geraken. Door de voet ondersteuning te geven, zal minder inspanning van de achterste scheenbeenspier = musculus tibialis posterior worden gevraagd en zullen de klachten veelal verdwijnen. Bij shin splints is het belangrijk goed de balans te weten tussen belasting en belastbaarheid.




Bot heeft de eigenschap zich aan te passen aan de eisen die eraan worden gesteld. Zo leidt meer belasting tot steviger worden van bot. De reactie op toenemende belasting leidt in eerste instantie uit resorptie [wegnemen] van botweefsel, daarna wordt nieuw botweefsel gevormd, een proces dat tijd vergt. Indien de tijd voor opbouw niet aan het bot wordt gegund kunnen zwakke plekken in het bot het gevolg zijn en ontstaat een stressfactuur.





T



Peesschedeontsteking. Het kan optreden bij overbelasting en/of een verkeerde belasting bij bijv. een voetstandafwijking.




Het scheenbeen is de dragende botverbinding tussen bovenbeen, knie en de voet. Het plateau aan de bovenzijde vormt de onderzijde van het kniegewricht en aan de onderzijde is het een onderdeel van het bovenste sprongewricht.




Spanningstoestand van weefsel, voornamelijk van spieren.




Be- of inklemming van een zenuw achter de binnenenkel. Patiënten klagen over diffuse pijn met een branderig gevoel, tintelingen en doofgevoel in de voetzool.





Z



Een chronische ontsteking van de gewrichten in de wervelkolom. Dit leidt tot een verkalking van de tussenwervelschijven , waardoor de patiënt letterlijk verstijft. Het is een ongeneeslijke ziekte. De enige manier om het verlies aan beweeglijkheid tegen te gaan is blijven bewegen.




De ziekte van Freiberg of Kohler II betreft degeneratieve verandering van boten/of kraakbeen van het kopje van het middenvoetsbeentje = metatarsale. Meestal betreft het metatarsale II, soms III of IV. De aandoening komt vooral voor bij meisjes meestal ouder dan ongeveer 13 jaar.




Is een kinderziekte vlak onder de knie op het knobbeltje aan de voorkant van het scheenbeen waar de knieschijfpees aanhecht in het bot. Tot ongeveer 12 jarige leeftijd is knobbeltje kraakbenig en word tijdens het verloop van de groei een geheel met het scheenbeen. De Klachten ontstaan vaak op de leeftijd van 10 tot 15 jaar. Klachten zijn in het begin wat vaag. Later nemen de klachten toe bij intensievere activiteiten, zoals springen, rennen, knielen, tegen-de-wind-in fietsen en traplopen.




Deze ziekte komt veelal voor kinderen tussen 3 en 11 jaar -> viermaal vaker bij jongens als bij meisjes. De ziekte van Perthes is een aandoening van de heup gekenmerkt door pijn, manklopen en door röntgenologische afwijking van de heupkop. Meestal komt de ziekte eenzijdig voor. De ziekte omvat botversterf in de groeischijf van de heupkop door een tijdelijke onderbreking van de bloedcirculatie. De oorzaak is niet bekend. De essentie van de behandeling van de ziekte van Perthes is te voorkomen, dat de heupkop tijdens de actieve fase van de ziekte verder wordt gedeformeerd = misvormd. Dit kan o.a. door een ‘afgewogen’ belasting.




Deze aandoening ontstaan tussen 7 en 12 jarige leeftijd, meer bij jongens als bij meisjes. De ervaring leert dat de meeste kinderen met deze aandoening intensief sporten en vaak juist bij voetballen. Kinderen geven klachten aan aan de hielen, soms tot huilens toe. Vaak is de pijn te relateren aan de belasting zoals bijvoorbeeld sporten. In verreweg de meeste gevallen zijn deze klachten goed te begeleiden met steunzolen eventueel aangevuld met zachte hielstukken.




Tijdens een zwangerschap zal er sprake zijn van gewichtstoename en de banden in de bekkenstreek zullen door hormonale veranderingen slapper worden. Het kan voorkomen dat deze bandverslapping ook in de voeten optreedt en enigszins doorzakken van voeten zal het gevolg zijn. Op zich hoeft dit geen problemen te geven, echter het komt wel voor. Vaak is deze verslapping in de voeten van tijdelijke aard, maar het is mogelijk dat e.e.a. zich niet geheel hersteld.




Verhoogde zweetafscheiding, bij voeten kan dit gepaard gaan met een penetrante lucht. We hebben hier PEDICARE-zalf tegen -> over het algemeen wordt deze zalf positief gewaardeerd door klanten.